Genaken


1. Nabij komen, in de nabijheid komen van, naderen. Zowel met een vriendschappelijke als vijandelijke bedoeling. Meermalen kan het ook door 'komen aan' of 'komen bij' worden weergegeven.
2. Aanraken, vergelijk met onze uitdrukking 'iemand te na komen'.
3. In aanraking komen met iets of iemand.
4. In het bezit geraken van iets, zich iets verwerven, het deelachtig worden.
5. Raken, betreffen.