Wasbaas


'Luister, Klaas,' zei ik. 'De eigenaar van deze wasserij is een goede kennis van mij. (...) Hij is op de hoogte van onze komst en weet waarom het gaat. Straks krijg je van hem een linnen pak, een soort uniform, en een fraaie pet met het opschrift Wasserij. Je krijgt ook een bestelauto van de zaak met de gebruikelijke reclameteksten. Alles volkomen in stijl.' De ogen van Klaas begonnen te schitteren. 'Prachtig,' riep hij enthousiast. 'Ik word dus wasbaas.' (A.C. Baantjer, 1977)