Stimuli


‘De vroege abstracte kunstenaars beschouwden, voor het eerst in de kunstgeschiedenis, beelden als stimuli in plaats van afbeeldingen. De perspectivische afbeeldingen van de classicisten volgden het camera obscura model: een waargenomen afbeelding is een optische afbeelding op de veronderstelde spiegel in het oog. De pointillistische afbeeldingen door de Neo-impressionisten volgden nog de fysiologische theorieën. Een waargenomen beeld werd beschouwd als een materiële afbeelding op het netvlies van staafjes en kegeltjes. Beide benaderingen hadden als doel materiële processen af te beelden. De abstracte kunstenaars wilden immateriële processen in de waarneming stimuleren. De immateriële processen in de menselijke waarneming konden niet afgebeeld worden maar door stimulatie wel zichtbaar gemaakt worden met behulp van beelden.’