Zondebok


In talrijke studies heeft René Girard de monumentale stelling ontwikkeld dat alle menselijke samenlevingen in eerste instantie niets anders kunnen zijn dan van imitatiedwang doortrokken afgunst- en jaloeziesystemen. Om immanente redenen staan ze onder hoge endogene, autostresserende spanning en worden ze als het ware door een groepsdynamische of sociaal-morfologische natuurwet genoodzaakt om zich door een gemeenschappelijke, in een roes van bloeddorst begane moord op de vermeende veroorzakers van hun kwaad te reinigen. In die zin is elke lokale cultuur een kliek van stichtingsmoordenaars; hun centrale taalspel is onveranderlijk de collectieve, eenstemmige aanklacht en veroordeling van een slachtoffer dat alle kwaad op zich moet nemen, en de even monotone als consequente ontkenning van de eigen verantwoordelijkheid voor de geweld ontketenende escalaties. (   ) Voor Girard zijn culturen maaksels die door de aanstekelijke energie van de maximale aanwakkering tot lynchstress samengesmeed worden - en die zich na het exces hervinden in de grondhouding van ontspannen orde en gelouterde solidariteit. (Peter Sloterdijk, 1998)