Veertig dagen aflaat


Gouda - Al in de Middeleeuwen waren kermissen populair. Als een dorp of stad een nieuwe kerk kreeg, celebreerden priesters een mis om de kerk in te wijden, de kerkmis. Wie deze bijzondere mis bijwoonde ontving een aflaat, een kwijtschelding van zijn zonden, voor veertig dagen. Iedereen kreeg er vrij voor en er kwamen honderden mensen op af. Elk volgend jaar vierde men de inwijdingsdag van de kerk opnieuw met een groot feest. Dat werd een uitgelezen datum om handel te drijven. De woorden kermis en jaarmarkt waren eeuwenlang synoniem. In de loop van de tijd verdween de religieuze betekenis van de kermis en kregen handel en vermaak de overhand. Omdat de handel zich de laatste anderhalve eeuw verplaatste naar winkels bleef uiteindelijk de functie van vermaak over.