Een wonderbaarlijke terugkeer (4)


Vierde toneel: Op de Styx

Waar begon ik aan? Hoe zou de wereld mij ontvangen? En was er in de toekomst wel een toekomst voor mij? Overmoedig had ik de koopman toegezegd munt voor hem te zullen verdienen, maar hoe langer de reis over de wateren duurde hoe meer ik verzonk in eeuwenoude tobberijen, die van nature zijn verbonden met het gebrek aan vertrouwen, en het menselijk falen daardoor. Ik verbrak de stilte die mij beklemde en vroeg achterom naar Charon; welke tijd gaan wij daar treffen, ouwe baas, jij weet als geen ander hoe tijden veranderen? Een direct antwoord bleef uit. Ik pijnigde mijn hersens om een samenspraak op gang te brengen, en wilde juist een opmerking maken over de boot, die er als nieuw uitzag, en die een aanzienlijk bedrag moest hebben gekost, toen Charon de stilte verbrak. 'Er is iets met de tijd', zei hij; 'het is of zij telkens lichter wordt en sneller gaat. De tijd verandert, en telkens als ik in de wereld terugkom een beetje sneller. In de afgelopen vijfhonderd jaar heb ik de wereld steeds onstuimiger zien worden, en momenteel werkt zij zó snel, dat ik de tijd die ik verlaten heb al niet meer herken als ik er in terugkeer.’ Ik knikte en zweeg, want geloofde voor mijzelf dat zó snel de menselijke zaken toch niet zouden veranderen, en ik was Charon's woorden reeds vergeten toen we in het noorden bij zee het water gespleten zagen, waardoor Holland ontstond. Talloze schepen voeren op een brede, glinsterende rivier, die huizen en muren van steden omringde, naar links, naar een lichte, open horizon. Ik kon mijn ogen niet afhouden van het licht, en de actualiteit die zij mij toonde. ‘Je zou zelfs míjn ogen niet geloven‘, voegde Charon er nog aan toe, en gaf vaart. (Wordt vervolgd)