Een wonderbaarlijke terugkeer (3)


Derde toneel: Langs de oever van de overzijde van de Styx, en op de Styx

.

Ik raakte door de wissel van honderd verzeild in een vreemde onderhandeling met de koopman, die mij met inzet van zijn leven smeekte of ik voor hem in zou willen staan, om de wissel te bekrachtigen, zodat die door Charon zou worden geaccepteerd als loon voor de overtocht. De veerman wilde echter niets van ‘de papierenwereld’ weten, en verlangde alleen klinkende munt, welke ik noch de koopman hem bieden kon. Voor wij het goed en wel beseften verstreek het moment, en had Charon de boot gedraaid om met de schuldenaar terug te keren naar het leven en zijn tijd. Met de roeistok stevig in handen overzag hij de rij schimmen op de oever. Onvermurwbaar toonde hij zich aan allen en vroeg, hetgeen hij gewoon was te doen voor vertrek, of er iemand was die met hem mee wilde, en weer wilde leven. Maar allen schudden zoals altijd de koppen van nee. Desalniettemin was ik benieuwd geworden naar de koopman, die mij zijn leven had geboden, en besloot ik deze keer van Charon's gewoonteaanbod gebruik te maken, en haastte mij, tot verbazing van de veerman, achter de Vlaming als derde in de boot. 'Ik zal de munt voor hem verdienen', zei ik. - Nadat de oever uit zicht verdwenen was en een zilveren mist ons in de vergetelheid had opgenomen, liet Charon de roeistok varen. Ik keek in gedachten op het traag stromende water van de Styx, waarover soms oude, onbestemde herinneringsbeelden op natte lappen voorbij zeilden. Ik zag door de mist boven ons de zon en de maan samenkomen in een wonderlijk treffen. Ik ging weer leven. (Wordt vervolgd)