Hoe paradoxaal het ook mag schijnen: we zullen het bestaan alleen als zinvol ervaren, wanneer we hebben ingezien dat het zonder doel is, en we kennen het 'geheim van het universum' alleen, wanneer we ervan overtuigd zijn dat we er helemaal niets over weten. De gemiddelde agnost, relativist of materialist kan dit inzicht niet bereiken, omdat hij zijn gedachtengang niet consistent tot het einde volgt, een einde dat de verrassing van zijn leven zou zijn. Maar al te gauw zweert hij vertrouwen af, openheid voor de werkelijkheid, en laat hij zijn denken stollen in doctrines. De ontdekking van het geheim, de verbazing voorbij alle verbazing, heeft geen geloof nodig, want we kunnen alleen geloven in wat we van te voren al bedacht hebben, en voorgesteld. Maar dit is iets waar elke voorstelling bij tekortschiet. We hoeven alleen maar de ogen van de geest ver genoeg te openen, en 'de waarheid zal blijken'. (Allan Watts, 1951)