Gouda – De mate van afwisseling van eb en vloed wordt bepaald door verschillende factoren. De oorzaak van de getijdebeweging ligt in de aantrekkingskracht van de maan en in mindere mate van de zon op de aarde. Als de maanmassa het water van de aarde naar zich toetrekt ontstaat hoogwater. Tegelijkertijd is het aan de tegenoverliggende kant van de aarde eveneens vloed. Waar aan de ene kant van de aarde het water iets meer wordt aangetrokken dan de landmassa, blijft het aan de andere kant iets achter bij het land. In de twee richtingen van de aarde die loodrecht op de vloed staan is het op dit tijdstip eb. Het getijverschil varieert afhankelijk van de plaats op aarde, de grootte van de zee en de stroming. In open oceanen is het verschil relatief gering, tussen een halve en een hele meter. In meren en afgesloten zeeën verschillen de hoogten nog minder. In de Middellandse Zee bijvoorbeeld bedraagt het getijdeverschil niet meer dan dertig centimeter. Aan de Hollandse Noordzeekust daarentegen is het gemiddelde verschil anderhalve meter. In rivieren die uitmonden in zee, zwakt het getij landinwaarts meestal af. In de Hollandsche IJssel bij Gouda echter bedraagt het gemiddeld anderhalf tot twee meter.