Herkenning


Teruggereden naar de stad stop ik in weerwil van mijn vaart om deelgenoot te zijn van een processie. De grijze dijk is niet alleen voor mij het einde van de reis. De zon, de aangeklede roeken en de trage achterwaartse gang van één, de stilte die het tafereel omhult (al dreunt beneden aan de dijk het leven verder) - in mij ontvouwt zich op een groot wit spandoek als het ware de vertrouwde zin. Daar is hij weer, de dood.