| toon 2 reacties
Bolle Dries die voer al jaren op een vrachtboot als kap'tein. Varen was z'n lust en leven; altijd ergens anders zijn. En wanneer-ie passagierde in de een of and're stad was z'n allereerste boodschap dat-ie wat te vrijen had. Refrein: Meiden hou je rokken vast, anders krijg je strakkies last van dat kietelende kietelkapiteintje. Ga niet met die linkerd mee naar z'n stiekeme café om te rollebollen achter het gordijntje. Overal had-ie 'n liefje, in de West en in de Oost. Bruine, blanke, zwarte, gele, overal werd-ie getroost. Alle havens van de wereld had-ie zowat aangedaan. Heel wat zwartjes en wat bruintjes spraken 'm met vader aan. Refrein: Meiden hou je rokken vast... Als-ie kwam op Soerabaja, pikte-ie 'n baboe op. In Japan vond-ie 'n geisha met 'n lieve poppekop. In Marokko weer 'n zwartje, als-ie bij de negers kwam. Maar z'n liefste blanke blonde vond-ie toch in Rotterdam. Refrein: Meiden hou je rokken vast... Dansen kon-ie als een joffer, lachen als een baviaan, drinken als 'n ouwe walvis, vrijen als een jonge haan. Altijd was-ie in z'n nopjes, zingen kon-ie heel den dag. Maar hij raakte buiten zinnen als-ie baaien rokken zag. Refrein: Meiden hou je rokken vast... Als-ie dood is en vergeten, komt er op z'n steen te staan: Hier ligt Bolle Dries begraven, meisjes denk er nog 's aan! Denk dan nog 's aan de dagen die zo lang geleden zijn. Hoe of jullie altijd zongen van die kietelkapitein. Refrein: Meiden hou je rokken vast... (2x) (auteur onbekend)