Voorrang (1)


Ik mag dan stijf en saai zijn, en langzaam worden vergeten, als een nooit uitgewiste boodschap op een schoolbord (meer als droom in de hoofden aanwezig dan feitelijk waargenomen), formeel gezien sta ik in mijn recht en doe ik mijn werk vol overtuiging en met plezier. Ik sta hier tenslotte niet voor mezelf maar om een algemeen belang te dienen. Een zaak die overigens betrekking heeft op iets achter mij, waar ik om reden van veiligheid nooit naar om zal kijken. Wel moet ik zeggen dat ik mij de laatste jaren steeds vitaler voel, en wel sinds ik in het gezelschap van een jonge deerne verkeer, een deerne die mij onafgebroken met kleine kusjes kriebelt en mij met de tijd inniger omhelst. Ik geniet van haar ongeremd gedrag, en kan haar met de beste wil van de wereld niets in de weg leggen. Zo ben ik nu eenmaal. Toch ben ik bang dat op een dag onze wegen zullen scheiden, dat zij omwille van mij voor mijn voeten zal worden neergehaald, of ik zal worden verplaatst. In zulke tijden leven we. Of wie verleent nog voorrang aan de liefde tussen bord en boom?