De dag van de vliegende mieren


(23-07-08)
... 
Deze aangestroomde koele lucht neemt nu op haar beurt
gretig warmte op van den heeten zonbeschenen bodem.
Wanneer haar temperatuur een bedrag van 1 tot 2
graden omhoog gekomen is, is alles gereed voor het
vormen van een nieuwe luchtbel, die wederom van den
grond losraakt en tot het 1000 m niveau opstijgt of nu
zelfs hooger. Den geheelen middag houdt dit spel aan.
Telkens ziet men nu hier dan daar kleine en lichte voor-
werpen omhoog warrelen en elders weer rustig neer-
zakken. De vliegtuigbestuurder haast zich te stijgen tot
boven het niveau dezer verticale onrusten en zoekt voor
zich en zijn passagiers rust in de hoogere niveau’s waar
de opstijgende luchtbellen niet meer doordringen. Ook
de ballonvaarder mijdt deze onrust in den ondersten
kilometer en brengt zijn ballon omhoog naar rustige
lagen. Alleen de zweefvlieger komt in zijn element.
Immers hij heeft de stijgende luchtbellen noodig om
zich met zijn ranke en lichte machine hoog boven de
aarde te verheffen. Hij zoekt de stijgende luchtstroomin-
gen op om te stijgen, de zon en de wolken tegemoet.

Uit: Wat leeren ons de wolken? Dr. H. G. Cannegieter