Van de straat
Waar is de schorre muzikant die zong van volks geluk in afgelegen streken. Fortuin dat niet beklijven wou maar uitliep op ellende. Ballades over drank en karig voortbestaan, zo troosteloos dat zelfs het hondje aan zijn voeten jankte. Verdwenen is de man met het bezielde Ierse repertoir. Geweken voor successen aan het oostfront van de unie. Voor slaven die talentloos aan de trekzak trekken. De godvergeten dag op alle plekken in de stad hetzelfde levensmoede lied. Voor flutroemenen die niet spelen kunnen.