Jan (2)


De naam van grijze duif draag ik met trots gemonkel. Wat onderscheidt mij van mijn evennaaste levensvorm? Wie merkt mijn donkere van seks vervulde gangen op, de vale hemelboog waar ik mijn vleugels spreid? Ik leid voor wie het weten wil een leventje van middelmaat, van doorsnee man op straat. Dat is de aangewezen vorm van stedelijk bestaan, waar doffer ongemerkt zijn gang kan gaan en glans op weerstand stuit, waar heldendom de kop riskeert, en waar mijn daad, mijn biometrisch hoogtepunt, netaan het maaiveld haalt.