Levenslang


De wijk verkleurt van vocht en late zon. De huizen rijen zich als kampbarakken naar een dwangbevel van hogerhand. Gedwee keert zometeen de ambachtsman, de levenslange loonknecht van zijn levenslange ambachtsheer voor weer een nacht terug. Het maakt geen wezenlijk verschil bij welke vrouw, in welk gezin, in wie zijn bed hij kruipt. De huizen zijn volmaakt gelijk, wat blinkt is slechts een raam dat niet goed sluit.