Na mijn verscheiden wil ik niets verdoen dan tegen woekerprijzen. Gehecht aan aardse goederen en ijzerwaar behoef ik voor mezelf geen hemelse beloning. Geduld gaat omzetsnelheid eens voorgoed te boven. Ik kan gedijen tot begeerte opwelt en de klant zich buigt. Mijn spulletjes doorstaan de tijd en gaan een gulden toekomst tegemoet. Ze mogen nu al prijzen doen van eersteklas antiek. Er komt een dag, er komt een klant, er komt een tijd. Ik heb de eeuwigheid.