Geheugenkamers


De huizen zijn ontruimd en dichtgetimmerd. De kamers, de gangen, de schuren zijn verlaten, de hele wijk is ontvolkt. Op de zolders verzamelen zich in het duister de stiltes over hoe het afliep, in lange afwachting van de sloop beluisteren ze elkaar. Volumes waaruit de taal als laatste afscheid nam. Op de muren nog wat in de haast gekladde teksten, een los woord, tekens alleen, voor niemand van belang. Op de vloeren en op de stoffige vensterbanken dingen die zich moeilijk laten beschrijven, namen zijn er niet meer voor. Ze zouden gecatalogiseerd kunnen worden naar stoffelijkheid, naar afmeting en gewicht. Wie een ondefinieerbaar houtje met een krom ijzertje en een draadje vindt, het in een schrijntje plaatst, uitlicht, tentoonstelt en over zulk niets opnieuw aan de praat raakt is een schepper.