Geloven in Gouda (21)


Helen en Halven

.

Hoewel de naam van God veelvuldig wordt aangeroepen tijdens het bedrijven van de liefde komen er in bed toch weinigen tot daadwerkelijk geloof. Dit kan de liefde niet verweten worden. Wat ons rest uit het Paradijs is kennelijk niet in staat ons blijvend te verlossen uit de misère. De wereld heeft de liefde blijkbaar aan banden gelegd en wendt de belofte van haar geluk aan om er juist ‘s werelds ongeluk mee in stand te houden. Het geloof in de liefde werkt daarom maar half. Ook bij ziekte, pijn en bij het vooruitzicht op de dood wordt God frequent aangeroepen, dus uit een positie van ongeluk, en hoewel naar verluid vanuit dit perspectief meer kracht wordt geput dan vanuit het perspectief van het geluk, als het om hoop gaat, blijft in het licht van de leugen van de dood vervulling van deze hoop in ieder geval uit voor zover het de levenden, de bestaanden betreft. Ook in het negatieve werkt het geloof dus maar gedeeltelijk, en is zij hooguit een halve waarheid. Het menselijk geloof, zelfs in het Hele, kan hooguit een half geloof zijn. De gelovigen van het Hele menen dat de wereld haar wezenlijke, ware wederhelft in het Hele nog moet leren kennen. Gelovigen van het Hele noemen zich daarom vol zelfspot halve gelovigen maar hebben een waar geloof in die zin dat hun geloof zich niet beroept op iets in de wereld, niet op een openbaring, niet op een stichter, niet op kennis of overlevering. Het is een afspraak onderling, een gelijkelijk ervaren gemis, het gevoel dat alles maar half is.