Weertje mevrouw. Geen bal aan. M’n haar is verzakt. M’n kousen kun je uitwringen. En alles ziet grauw. Heb je nog wat kunnen kopen? Tuurlijk niet. Deze wind, deze regen. De helft van de handelaren zit thuis. Of ze gelijk hebben. Je ziet ook haast geen klanten. De markt lijkt uitgestorven. Nou meid, hou je haaks. Ik moet weer op huis aan. De jongens zitten alleen. Die hebben vast al een heleboel kattenkwaad uitgehaald. De monstertjes. Kijk maar uit dat je plu niet nat wordt. Dag hoor.