Applaus
(<Lat.) o., g mv. toejuiching, handgeklap (voetgestamp) als teken van goedkeuring of bewondering: de motie werd met applaus begroet; een daverend applaus; papieren applaus, goede recensies maar geen financieel succes; succès d'estime; ..machine, v. (-s), apparaat dat (m.n. de duur) van applaus meet.
Uit: van Dale, Groot woordenboek der Nederlandse taal, 1984