De geurige poort
wij vrouwen sluiten toeval uit
veranderen het huurhuis in een tempel
van rozen bloeiend en ontelbaar
het witte duivenpaar blijft in zijn kooi
tot hun bevrijding door het woord
onder getuigen uitgesproken
nu is alles puur en maagdelijk
straks geven onze bleke zuilen toegang
tot de geurige poort van haar binnenwereld
haar warmtebron haar heerlijkheid
met onze ijver - hijgen wij
want de verrassing moet totaal zijn -
bereiden wij hen de dag van hun leven