Bij historisch


optocht (m.), 1 het gezamenlijk optrekken van een aantal personen: in optocht ergens heen gaan; 2 schare die in rijen optrekt, syn. stoet; - (in ’t bijz.) opzettelijk, als vertoning gevormde stoet die langs een bepaalde route optrekt, met muziek, vaandels enz.: de optocht komt hier voorbij; een historische optocht, zie bij historisch.

uit: Van Dale, deel J-R