| toon 1 reactie
GORDIJNEN
.
Zij waren tot gordijnen benoemd
om aan de kamers te vertellen,
wat buiten in de grote lucht gebeurde.
Hoe daar op wielen werd rondgezoemd,
wat zich daartussen liet vergezellen
en hoe dat mensenvlees dan geurde.
Ze vertelden de kamers ook van het licht,
waarin geen mens vermag te wonen;
hoeveel schoner het is dan een gezicht
en hoe haast zo mooi als tonen.
Gordijnen hebben nu eenmaal veel tijd,
zich te bezinnen op een schijn van eeuwigheid.
.