Van zijn oordeel


Op zijn bevel ijlt de sneeuw omlaag en komen de bliksems van zijn oordeel aangesneld, worden zijn voorraadkamers geopend en vliegen de wolken er als vogels uit. Door zijn macht maakt hij de wolken hard en brokkelen er hagelstenen af. Het geluid van zijn donder doet de aarde beven, door zijn verschijning schudden de bergen en door zijn wil woeden de zuidenwind, de noorderstorm en de wervelwind. De sneeuw strooit hij uit als dalende vogels, als een zwerm sprinkhanen valt die neer. Het oog bewondert zijn witste schoonheid, het hart verwondert zich wanneer hij als regen neervalt. Hij strooit de rijp uit als zout over de aarde, bevroren is die zo scherp als dorens. Uit het noorden blaast een koude wind en water bevriest tot ijs. Het bedekt het water met een korst, het water trekt een harnas aan. (Jezus Sirach, ca. 180 vC)