Spelverloop
'Alle spelers krijgen 6 kaarten uitgedeeld. Op de kaarten staan allerlei verschillende prachtig geïllustreerde afbeeldingen. Om de beurt is één van de spelers "de verteller". De verteller moet een uitspraak verzinnen over een kaart uit zijn hand. Die uitspraak kan heel breed zijn en mag volledig naar eigen invulling worden gekozen. Het kan een enkel woord zijn, een gezegde, de songtekst van een liedje, maar zelfs ook een geluid of een gebaar. De verteller legt de kaart waarbij hij zijn uitspraak heeft verzonnen gedekt op tafel. Vervolgens gaan alle andere spelers een kaart uit hun hand kiezen die ze vinden passen bij de uitspraak van de verteller. Deze kaart word ook gedekt op de afgelegde kaart van de verteller gelegd. Als alle spelers een kaart hebben gekozen worden deze kaarten geschud en open neergelegd. Alle spelers moeten nu één kaart uitkiezen waarvan ze denken dat dat de kaart van de verteller is. Wanneer alle spelers de kaart van de verteller gevonden hebben, of wanneer niemand de kaart gevonden heeft, krijgt de verteller geen punten, alle andere spelers krijgen er 2. Het is dus als verteller de bedoeling om je uitspraak niet te makkelijk te maken, zodat iedereen je kaart raadt, maar ook niet te moeilijk, zodat niemand je kaart raadt.'