In zijn aard


Niets dat zijn eigen soort trouw blijft is ellendig, of iemand zou de mens beklagenswaardig moeten noemen omdat hij niet kan vliegen met de vogels, niet op vier poten kan lopen als het overige vee, niet met hoorns gewapend is als de stieren. Zo zal de filosoof het allermooiste paard ongelukkig noemen omdat het geen grammatica heeft geleerd, omdat het geen koekjes eet, zal hij de stier een beklagenswaardig beest noemen omdat hij niet kan worstelen. En zoals het paard allerminst zielig is omdat het geen grammatica kent, zo is de mens niet ongelukkig, omdat de zotheid in zijn aard ligt. (Desiderius Erasmus, 1511)