In de meetkunde
'Een ruit is in de meetkunde een vierhoek waarvan de zijden even lang zijn. De tegenover elkaar gelegen hoeken zijn eveneens gelijk aan elkaar. Bij een gewone ruit (een ruit die geen vierkant is) zijn twee overstaande hoeken scherp, de andere twee stomp. Elke ruit is een parallellogram (de overstaande zijden zijn evenwijdig met elkaar), maar enkel een parallellogram waarvan de zijden even lang zijn, is ook een ruit.'