Belletjetrek


Als onderknuppel van de bovenhuurder
die 2x in zijn nachtgewaad betrapt is
door de bedgenoot van de verbolgen
illegaal die ieder klopsignaal aan zijn
bescheiden hokje aan het einde van
de gang beantwoordt met een kuise
gil en de wc besluipt als hij geen mens
vermoedt en vloekt zodra gebeld wordt
(de bedgenoot meen ik, niet de illegaal,
die is en blijft verbolgen), die onder zeil
nog elke nacht de priemgetallen prevelt
in zijn dode taal, waarvan de 1 gevlogen –
als die betrapte huurder van een bovenbaas
wil ik wel klokkenluider zijn en stoken.