Sombere bui


Het zomerzand wordt opgeveegd en kletsnat afgevoerd, zonder dat het iemand spijt. Uit nijd over zoveel water van boven strandt de tijd en staat de kerkklok stil op twintig voor twaalf. Het is 10 juli 2007, drie uur in de middag, maar het is aan niets te zien. Het kan willekeurig welk jaargetij zijn, het uur is onbepaald. Tussen twee buien in halen we wijn en kaarsen in huis. De krant laten we al jaren ongelezen, zelfs aan de koppen lopen we kopschuw voorbij. Wie vertelt ons wat nieuws? Nieuw is gene zijde, die langzaam doorlekt onder de deurmat en kringen maakt in de hoeken van de kamer. Nieuw is wat we starend door de wanden heen zien, als het verval ons meevoert naar vreemde oorden. Achter het onweer gaan machten en krachten schuil. Geruchten over ongeziene, terugkerende rituelen, onweerstaanbare, transformerende interventies, onsterfelijke wezens zonder besef van welke datum of tijd dan ook. We staan jankend onder de douche met gebogen hoofd onze nalatenschap te overdenken, schenken onze schatten in gedachten aan onze geliefden, die in feite net zo sterfelijk zijn als wij, maar die hopelijk langer leven, en ons het leven laten, nog even, nóg even, nog wat langer. Hoe dun kunnen we worden in het uitspinnen van onze sporen? Hoe ver kunnen we gaan, zonder onze wegen te verlaten?