“Arcadische ontmoeting”


'... de ziel...hm sjé ziel… ’t is nog niet af… ze hebben het onder m’n handen weggehaald… de ziel denk je... was dat niet metafysica?... of m’n illuster kleutervertelboek van de Bijbelse geschiedenis waar uit voorgelezen alles zo te zien stond de tekens het paradijs Jona in de walvis de te tellen houtskolen haren op de kuit van Esau de vijf drie maar dat ene talent voor de ziel het ouderwoord de hoop op havens daarboven klimop in het prikkeldraad… van wij een vrij gewas het vijgenblad tegen de schenen schavend zoekenden het gras tussen de benen onverbeterlijk jazzverbeteraars zijn een teling van geur meer een melange dat je je afvraagt met welk onbedoeld bewegen in lichaamswarm water het beeld dat zo moet zijn verschijnt in een Rubensgroep in een “Arcadische ontmoeting”…'