Uit, en weer op weg naar huis in de bocht. Het uit zijn wordt langzaam transparant en als herinnering over de nog oningevulde cirkel van het thuis zijn geschoven. Nog even raken ze elkaar als zelfstandige, ronde machten, het uit zijn en het thuis komen, maar eenmaal voorbij een zeker punt schuiven ze ineen, en heffen elkaar op. Nog in gedachten zien we in de verte het frontaal naderen van het meer dan vierhonderd jaar oude Gilde van Sint Nicolaas. Automobilisten die rustig aan de kant gaan staan, uitstappen en foto’s maken. Jonge - en oude mensen met vaandels en in kleurige pakken die in optocht voorbij lopen. Oude wapenen, voorname symbolen, trotse gezichten, vriendelijke hoofdknikjes. Dat, de nogmaals in herinnering voorttrekkende stoet, het verbleken van hun blikken tezamen met het zoeken naar het eerste, bekende gezicht bij aankomst in Gouda, vult in waterige grijzen het geestelijk mengvat van het nog daar zijn en het al hier komen, tot de rand. Is er iets veranderd ondertussen, iets aan de hand, afgebrand wellicht; hebben we iets gemist? Is uit óns onderweg misschien iets gewist? Eenmaal thuis beland zullen we het weten, en later pas, veel later dat laatste.