In de tijd


Vrienden der geleerdheid, hoe en waarin verdunt de vriendschap, én hoe en waarin de geleerdheid? Het is vijfhonderd jaar later. Uit mijn geest is reeds lang geleerdheid voor zaken en omstandigheden verdampt tot blauwe lucht, donkere nacht of ochtendrood. Ja zelfs de onderste treden van mijn kennis zijn geleidelijk losgeraakt. Mijn huis is in ontbinding, wanden, vloeren en plafonds zijn opgeheven, neergehaald, als vlotten afgedreven. De dieren zijn van het behang geweekt en verschuilen zich in wolken, in de diepte achter ondoordringbaar glas. Niet anders dan in sprookjes kan ik mij nog uiten, gelijk een kind. Alleen voor mijzelf bestaand ben ik, de psyche. Sterren, manen en planeten zijn mijn lotgenoten. Geluidloos overdenk ik hun gedachten, die onder noch boven onderscheiden, en niet in staat zijn zich te verheffen of zich neer te buigen. Wat is tijd? Wat is déze tijd, en wat is een andere tijd? Verschillen de tijden? Indien ik ronddraai in de wereldruimte, en steeds op dezelfde plaats terugkeer, is er geen verschil in tijd, en is tijdverloop een illusie. Maar indien ik op reis ben, en steeds een ander deel van de wereldruimte doordring, is de ene tijd de andere niet, en kan er progressie zijn, en een weg die zich uit verlangen ontrolt. Het heden is dan een werkelijke, unieke situatie, en geen constante actualiteit die voor iedereen die zich in de tijd bevindt dezelfde is. En dit zou de hoop zijn, en de legitimatie van ware progressiviteit. Wie lang genoeg herinnering aan leven bewaart ontwikkelt gevoel voor verandering van tijd. En thans ís de tijd. Het is tijd, vrienden, geleerden, om niet bij het heden stil te staan, niet bij uzelf en niet bij hoe het nu eenmaal is. De tijd, de reis ontwikkelt een nieuwe geboorte.