Verworpen


‘Het conflict tussen Jodendom en christendom inzake de Masjiach ligt gelegen in de aard van de Masjiach: is deze Goddelijk of niet? Voor het Jodendom is een antwoord hierop heel eenvoudig. Men gaat uit van de eenheid van God: "Hoor Jisraeel, de Eeuwige onze God, de Eeuwige is Eén”. God is de uiteindelijke creatieve bron van alle leven en dood. De Joodse geleerden melden dat God een grote geest is; geen lichaam, geen stof. Daarom kan de Masjiach nooit Goddelijk zijn. De Masjiach is een persoon en heeft dus een lichaam. Ook kent het Jodendom geen erfzonde. Iedere individu wordt zonder zonde geboren. De mens heeft wel de neiging om zich zondig te gedragen, maar hij is niet tot zonde gedoemd. De mens heeft zelf de macht in zich om zich van de zonde te bevrijden, daarvoor is de Masjiach (of een ander tussenpersoon) niet nodig. De mens kan via gebed zich rechtstreeks tot God wenden en om vergeving van zijn zonden vragen. Helaas heeft het christendom de Messias Jezus, een mens, tot God verheven. Dit druist in tegen de eenheid van God, die een grote geest is. Joden kunnen daarom Jezus nimmer als Masjiach accepteren. In de loop der eeuwen hebben christenen de Joden hierom vervolgd. Het heeft tot veel bloedvergieten geleid.’