Nutteloze wetten


Een rechtsregel die men kan schenden zonder dat iemand anders er enig nadeel van ondervindt, is slechts het voorwerp van hoongelach en in plaats van begeerten en de wellust van de mensen te beperken, moedigt zoiets ze veeleer nog aan. Wij laten ons inderdaad altijd verleiden door wat verboden is en we verlangen naar wat ons ontzegd wordt. Mensen die niets omhanden hebben, heeft het nog nooit ontbroken aan vindingrijkheid in het ontwijken van wetten die men bedenkt voor zaken die men niet ronduit kan verbieden, zoals feestmalen, gokspel, weelderige opschik en dergelijke meer, waarvan alleen de excessen schadelijk zijn en die men moet beoordelen naargelang de middelen waarover iemand beschikt, en waarvoor er dus geen algemeen geldende regels zijn. (Baruch Spinoza, 1677 postuum)