Het koor


We zingen in de taal ons als een reiskostuum gegoten, in diep en vol Hoogduits. We uiten ons met bassen en tenoren, uit volle borst en grijze bariton. We zingen wouden, donker hout en kabbelende meren. Een Mensch is toch romanticus. We zingen Heimat, Weltschmerz en verloren, en klimmen na het klappen in de bus.