De waarheid


De dwaling en de onwetendheid zijn noodlottig. De bewering dat de waarheid bestaat en dat het afgelopen is met de onwetendheid en de dwaling is een van de grootste verleidingen die er zijn. Gesteld dat ze wordt geloofd, dan is daarmee de wil tot toetsen, onderzoeken, voorzichtigheid, proberen verlamd: deze wil kan zelfs als zondig, namelijk als twijfel aan de waarheid worden beschouwd... De 'waarheid' is dus funester dan de dwaling en de onwetendheid, omdat ze de krachten belemmert waarmee aan de verheldering en kennis wordt gewerkt. (Friedrich Nietzsche, 1940 postuum)