Habits


Eh… gewoonten. Eigenaardigheden. Ouders. Vrienden. Manieren. Adem. Eigenschappen. Honden. Stoelgang. Nare dingen: je hebt ze, maar je bent ze niet. Je draagt een last tot hij verkleurt en laat hem van je schouder glijden. Beschadigingen van de ziel hoef je niet eigenhandig te verdienen. Men slijt wat kinderarbeid bij de fabricage, smeurt benen in met zon.