Voor komkommers


Ik kom uit het archief van diergebitten met een kaasreuk, een mondgeur die je kan gestolen. Mijn werkelijkheid is telkens weg, ook nu mijn park in beeld verkeert. Mijn huisarts blijkt een tandeloze dierenvriend die oogplantaties en zessterrenpuncties fröbelt. Mijn herkomst is zijn diefstal, zijn compassie. Ik ben niet wel, wel niet, niet meer dan iemands plaats- en tijdgebonden sokkel voor komkommers. Grif brult de krant mij om.