'Het verhaal waaraan wij het gezegde danken, gaat als volgt. Tijl Uilenspiegel is alleen thuis. Een ruiter steekt zijn hoofd over de onderdeur, terwijl het paard ook naar binnen kijkt. De ruiter vraagt: is er niemand thuis? Jawel, zegt Uilenspiegel, anderhalve man en een paardenkop. Met andere woorden ik ben er zelf, jij bent er half en de kop van je paard is er ook. Het verhaal stamt uit 1515 en werd geschreven in het Mittelniederdeutsch, een voorloper van het huidige Nederlands en Duits. "Paardenhoofd" bestond nog niet.'