De boom des levens


Merk dit op: dat God, toen hij de mens heeft gemaakt en hem met grote eer heeft omkleed, hem heeft verplicht, dat hij hem trouw zou blijven, zodat hij enig en oprecht zou zijn, verbonden met de Eén door de enkele band van het geloof die allen samenbindt. Maar later verlieten de mensen het pad van het geloof en verlieten de alleenstaande boom, de hoogste van alle, en vestigden zich in de plaats die voortdurend van kleur verandert, van goed tot kwaad en van kwaad tot goed, en ze daalden van de hoogten en verbonden zich met het onzekere, en verlieten de hoogste en onveranderlijke Eén. Daardoor kwam het dat hun hart, dat heen en weer ging tussen goed en kwaad, hen soms genade, soms straf deden verdienen, al naar gelang waarin ze hun vertrouwen hadden gesteld. (Mozes de Leon, 13e eeuw)