| toon 1 reactie
De echte apostelen
Soms werd de dominee, die ten onzent in de Protestantenbond kwam preeken, bij ons aan huis ontvangen; hij zonderde zich dan vaak een half uur af, om zijn preek te overdenken, en wij kregen consigne, onze havermout in het naaste vertrek muisstil op te eten. Altijd heb ik mij afgevraagd, wat er in dat half uur toch wel zou gebeuren; ik vond den dominee in zijn afzondering belachelijk, maar evenzeer raadselachtig: hij wist dan toch maar dingen, waarvan ik voelde de allerkinderachtigste voorstellingen te hebben. Toen ik later den dominee, die pas nog aan onze tafel had gezeten als een gewoon mensch, zelf zag preeken, werd mijn onzekerheid nog grooter. Ik ergerde mij over zijn uiterlijk, over de ridicule combinatie van half-deftige kleedingstukken, die zijn uniform uitmaakten, maar ik zag veel volwassen menschen ernstig luisteren en begreep, dat het een hoogst ernstig geval was, dat het minderwaardig was, aan zulke kleine uiterlijkheden te hechten. Eens zag ik een dominee over de terugkeerende lente en de Paaschgedachte preeken, waarbij een waschbare gummimanchet telkens uit zijn mouw dreigde te schieten, zoodat zijn jaegertje zichtbaar werd; en toch waagde ik het niet, mijn eerbied prijs te geven. De echte apostelen zouden er toch ook niet elegant hebben uitgezien! (Menno ter Braak, 1931)