Zweem


Omfloerst geroffel en gedempte hoorns, een zedig ingehouden fluit, de ijlte van een klarinet. De harmonie vertrekt op halve kracht om straks met vol laweit zijn jubilaris te gedenken. Die weet van niks en zal omkneld door deze vriendschapsband het hart nog hechter aan zijn korps verpanden. Let op! Reeds hier, en nu nog op zijn zachtst, omgeeft de oude muzikant een zorgzaam aangeblazen zweem van kerkelijke ernst, van platte heiligheid.