| toon 3 reacties
Oudergewoonte
'Bijvoeglijke naamwoorden die bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord horen, kregen vroeger na een voorzetsel de uitgang -er. In een aantal vaste wendingen zijn die oude naamvalsvormen gehandhaafd. Enkele voorbeelden: in lichterlaaie, onverrichter zake, te bestemder tijd, te goeder naam en faam, te kwader trouw, te rechter tijd, ter zelfder plaatse, van ganser harte. Soms maakt het verbogen bijvoeglijk naamwoord deel uit van een woord: goedertieren, halverwege, van lieverlee, oudergewoonte, tegelijkertijd, tezelfdertijd, gewapenderhand.'