| toon 1 reactie
Maandag
Als buurvrouw R. de lakens wast, de frisse geur voor aller ogen spreidt, verleg ik mijn normaal trottoir, verkies ik snaaks een praatje. De lakens delen, wie de baas op des duivels oorkussen, wie tussen twee geloven de slaap der rechtvaardigen vat, de benen niet strekkend dan het beddengoed lang, zich niet in een plooi verliezend. Dat iederéén ja, op dezelfde dag.