Naaktgeboren


Brand mij, aangenaam, de blote huid, bak en schroei naar hartenlust mijn borsthaar. Vellenploter. Koperploert. Brons mijn facie en mijn schaamte, rook mijn ribben op je rooster rood. Braad mijn denken, grill mijn nek en zied mijn voorhoofd gloeiend. Zou ik vrezen voor een melanoom, duchten ultraviolet, schuwen derdegraadse blazen. Me bedekken in de zon? Kleren, heren, dat is toch geen naam.