Elk vogeltje (5)


Hoeveel geruster knutsel ik. Met houtjes. Met afgesleten stokjes, roestverknoopte eindjes draad, twee krom geslagen spijkers. Met vodjes uitgebleekt textiel, een aangespoelde sluitdop. Geduldig bind ik die, tot medeleven, aan elkaar. Ik pak een poot, voeg toe een lamme vlerk, leg vast met touw of nagel. Een sponzig brokje wrakhout vormt de buik. Elk voorwerp blijkt orgaan of ledemaat verwant. Familie. Van wie medeleden.

De vijand is te groot en zwart om voor te stellen.