De fotozetter stort zich op mijn wrakke onderkast van kermisdromen. Prijst mijn verlangen naar riskant vermaak. Slaakt kreetjes van reclame voor de onbezonnen daad, paart overmoed aan euvel. Zal mij de eer, de taalarmoe? Stort ik mijn tekst als lyrisch kapitaal in vlakdruk voor de val? Waag ik het trotse balspel van mijn schriftelijk bestaan als lettercorpus aan de paal?