Linie


Gestold in trots verdedig ik dit waterland, de plomp van mijn geboorte. Dit is ons territoriale recht, ons godsgerechte erfdeel. Indringers bijt ik toe: tot hier, geen stap, geen pasje. Standvastig rijs ik overeind, rechtop en stug gegrondvest. Mijn taak is om het wijkend tij te keren, het kwaad van buiten af te slaan, de waarheid van ons fier geslacht tot norm te laten stijgen. Ik ben bereid, sta vast. Wij en de mijnen, wij zullen niet wijken. Nog staan de straten blank.