Verdwijnpunt


Er zat een man op het bankje voor onze garage. Hij zei: “Ik ben zwerver, ik raap hier wat peukjes van de grond, maar ik heb net wat te roken gekregen.”
Hij liet een zakje met wiet, geloof ik zien. “Waar komt u vandaan?” vroeg ik. “Rotterdam, maar je moet vragen: Uit welk land kom je?”
“Uit welk land kom je?”.  “Congo”.
Ik durfde niet verder te vragen. Voormalig Belgische kolonie. Weet er niet veel van.
De man vertelde dat hij op een bouwterrein sliep en dat hij misschien op een dag van een hoog gebouw zou springen.
Opeens vroeg ik hem of hij gelukkig was. Dat was natuurlijk geen logische vraag.
Iets dat hij mij dan ook omstandig duidelijk maakte. Als de vrouwen hier niet zo lelijk en stom  waren.. Het mededogen zonk mij in de schoenen en ik maakte mij uit de voeten.
Twee dagen later zag ik hem weer lopen in zijn legerbroek. Ik knikte vaag naar hem en zorgde dat ik snel de hoek om was.